Armoefeningen: welke oefening je wanneer gebruikt
Belangrijkste puntenDe triceps vormen ongeveer twee derde van je bovenarm. Wie grotere armen wil, traint de achterkant minstens evenveel als de voorkant.Per spiergroep werk je met 3–5 sets per oefening en 6–15 herhalingen, afhankelijk…
Beeld: redactie Supp SpotBelangrijkste punten
De triceps vormen ongeveer twee derde van je bovenarm. Wie grotere armen wil, traint de achterkant minstens evenveel als de voorkant.
Per spiergroep werk je met 3–5 sets per oefening en 6–15 herhalingen, afhankelijk van het doel.
Variatie in greep en hoek bepaalt welke spierkoppen meer werk krijgen. Eén curl is niet genoeg.
Dit is een overzichtspagina met de beste oefeningen per arm spier. Geen stap-voor-stap uitvoering, wel genoeg om je armschema zelf samen te stellen.
De meeste mensen beginnen hun armen te trainen met biceps curls. Logisch, want dat bolletje aan de voorkant is wat je ziet in de spiegel. Maar de triceps vormen ongeveer twee derde van je bovenarm. Wie sterke armen wil, begint bij die achterkant.
Dat betekent niet dat je biceps niet uitmaken. Het verschil zit in de verhouding. Geef je triceps minstens evenveel volume als je biceps, en je armen groeien sneller dan wanneer je drie kwartier lang alleen curlt. Een goed schema neemt altijd biceps, triceps en onderarmen mee.
Op deze pagina staan alle arm oefeningen die je in de sportschool kunt gebruiken. Per oefening lees je welke spier hij pakt, voor wie hij geschikt is, en waarin hij verschilt van de rest. Geen volledige techniekuitleg, wel genoeg om te kiezen.

De spieren van je bovenarm
Je bovenarm bestaat uit drie spiergroepen: de biceps aan de voorkant, de triceps aan de achterkant, en de brachialis ertussenin. De onderarmen helpen bij bijna elke armoefening mee als grijp- en stabilisatiespier.

De triceps hebben drie koppen (lateraal, mediaal en lang) en beslaan zo’n 65–70 procent van het spiervolume in je bovenarm. De biceps zijn kleiner, maar wel het eerste wat opvalt als je je arm spant. De brachialis zit onder de biceps en duwt die naar buiten. Hoe dikker je brachialis, hoe breder je arm eruitziet van de zijkant.
De functie is simpel. Je biceps traint door buigen van de elleboog. Je triceps strekt de elleboog. De brachialis helpt bij buigen maar reageert het sterkst op een neutrale grip. Je onderarmen en gripkracht bepalen of je de stang vasthoudt tot de laatste herhaling. Een goed armschema dekt al deze verschillende spiergroepen.
Biceps: buigen van de elleboog
De biceps is de zichtspier van je arm. Hij bepaalt hoe je arm eruitziet als je hem buigt, maar draagt minder bij aan totale omvang dan de triceps. Toch is gericht armspieren trainen van de voorkant nodig voor een compleet plaatje.
Variatie in hoek, greep en materiaal maakt verschil. Een curl met je armen langs je lichaam werkt anders dan eentje op een schuine bank. Je handpalmen naar boven draaien benadrukt de biceps; een neutrale grip verschuift het werk richting brachialis. Bicep curls kunnen worden uitgevoerd met waterflessen of dumbbells, maar in de sportschool gebruik je barbells, kabels en dumbbells.
Werk met 6–12 herhalingen per set als je meer massa wilt. Vorm gaat boven gewicht. Houd je bovenarmen stil, strek je armen volledig onderin, en buig je ellebogen zonder te zwaaien.
Biceps curl met dumbbells
Deze klassieke beweging is de basis. Staand, een dumbbell in elke hand, handpalmen voren gericht. Het is een oefening waarbij je snel links-rechtsverschillen in kracht ziet. Door je greep te variëren (neutraal, supinerend of roterend) leg je kleine accenten op verschillende delen van de biceps. Werk met 3–4 sets van 8–12 herhalingen. Laat het gewicht in 2–3 seconden gecontroleerd zakken.
Barbell curl
De barbell curl is een van de beste oefeningen om veel gewicht te verplaatsen voor de biceps. Je kunt hier zwaarder gaan dan met dumbbells, wat handig is als je armen wilt laten groeien. Een EZ-bar is iets vriendelijker voor je polsen dan een rechte stang en legt de belasting net anders op je onderarmen. Houd je bovenlichaam stil, gebruik geen momentum, en werk met 6–10 herhalingen per set voor zwaardere belasting. Rug recht, schouders laag.
Hammer curls
Hammer curls gebruik je met een neutrale grip, alsof je een hamer vasthoudt. De oefening traint zowel de biceps als de onderarmen, met name de brachialis en brachioradialis. Dat maakt je arm dikker van de zijkant. Veel lifters voelen minder polspijn bij hammer curls dan bij traditionele curls met volledige supinatie. Doe 3 sets van 8–12 herhalingen, staand of zittend. Ellebogen dicht bij je zij, bovenarmen stil.
Preacher curl
De preacher curl zet je bovenarm vast op een schuine bank. Cheaten lukt bijna niet. De onderkant van de beweging wordt zwaar, en je voelt een stevige rek op de biceps. Je kunt hem doen met EZ-bar, rechte stang of dumbbells. Elk geeft een iets ander gevoel in polsen en ellebogen. Werk met 10–15 herhalingen per set. Focus op gecontroleerd zakken en spanning vasthouden onderin.
Incline bicep curl
Stel de bank in op 30–45 graden. Je armen hangen achter je lichaam, waardoor de lange kop van de biceps veel rek krijgt. Je gaat lichter dan bij staande curls. De grotere bewegingsuitslag maakt het zwaarder, maar stimuleert groei in het bovenste deel van de biceps. Doe 3 sets van 8–12 herhalingen, met nadruk op langzaam laten zakken. Concentration curls activeren de biceps per arm nog wat meer, maar deze variant dekt een groter bereik.
Reverse curl
Bij de reverse curl staan je handpalmen naar beneden. De nadruk verschuift naar je onderarmen en de brachialis. Je kunt hier minder gewicht gebruiken dan bij de staande variant. Polsen blijven recht, geen knik. Doe 2–3 sets van 12–15 herhalingen, als afsluiter van je biceps- of onderarmblok. Goed voor gripkracht en balans tussen buig- en strekspieren in de onderarm.
Zottman curls
Zottman curls combineren een opwaartse curl met supinatie (handpalmen omhoog) met een reverse curl omlaag (pronatie). Je pakt zowel de biceps als de onderarmen in één beweging. Handig als je weinig tijd hebt. Buig je ellebogen zonder ze te verplaatsen. Doe 3 sets van 8–10 herhalingen met matig gewicht. Het gaat hier om controle, niet om zware gewichten.
Bicep curl met kabel
Deze kabelvariant geeft constante spanning over de hele beweging, ook bovenin waar dumbbells lichter voelen. Met verschillende handgrepen (rechte stang, touw, EZ-handvat) verleg je de belasting iets. Kabels zijn vaak prettiger voor de gewrichten bij hogere volumes. Doe 2–4 sets van 10–15 herhalingen, met korte rust. Zet deze in aan het eind van je sessie, wanneer je gewrichten al vermoeid zijn.

Triceps: strekken van de elleboog
De triceps zijn de grootste spiergroep van je bovenarm. Drie koppen: de lange kop (loopt over de schouder), de laterale kop (buitenkant) en de mediale kop (binnenkant). De positie van je schouder bepaalt welke kop het meeste werk krijgt. Arm langs je lichaam: laterale en mediale kop. Arm boven je hoofd: lange kop.
Zware compound oefeningen zoals close grip bench press leggen de basis voor kracht en omvang. Isolatie-oefeningen als tricep pushdown en overhead cable triceps extension vullen aan. Push-ups trainen de triceps, schouders en core, en zijn een goede aanvulling als je armen thuis wilt trainen. Tricep kickbacks kunnen met gewichten of weerstandsbanden worden gedaan, maar geven minder belasting dan de meeste andere oefeningen hieronder.
Volledige strekking bovenin en controle onderin zijn nodig om je triceps flink te belasten. Halve herhalingen leveren half zoveel op.
Close grip bench press
De close grip bench press is bankdrukken met een smallere greep, gericht op triceps trainen. Borst en schouders werken nog mee, maar de triceps zijn de beperkende factor. Een greep iets smaller dan schouderbreed is vaak prettiger voor je polsen dan echt smal. Doe 3–5 sets van 5–10 herhalingen als eerste oefening op je armschema. Arm gestrekt bovenin, gewichten langzaam laten zakken.
Skull crushers
Skull crushers zijn een liggende triceps extensie met EZ-bar of dumbbells. Je laat de stang richting je voorhoofd zakken. De lange kop van de triceps werkt hard door de grote buighoek in de elleboog. Een iets achterwaartse lijn (richting kruin) is vaak prettiger voor je ellebogen. Doe 3–4 sets van 8–12 herhalingen. Houd je bovenarmen stil.
Tricep pushdown (kabel)
De tricep pushdown aan een hoge kabel met touw, rechte stang of V-bar is een standaard armoefening. Houd je ellebogen dicht bij je zij en beweeg alleen je onderarmen. Het touw geeft meer bewegingsvrijheid en laat je onderin extra aanspannen. Doe 3 sets van 10–15 herhalingen, rustig tempo. Strek je armen volledig uit.
Overhead cable triceps extension
Bij de overhead cable triceps extension strek je met een touw boven je hoofd je ellebogen. De lange kop van de triceps krijgt veel rek doordat je bovenarmen naast of iets voor je hoofd staan. Staand of zittend, met enkel of dubbel touw. Doe 2–3 sets van 10–15 herhalingen, vaak in het tweede deel van je tricepsblok. Overhead tricep extensions zijn een effectieve oefening voor de lange kop.
Dumbbell tricep extension (overhead)
De dumbbell tricep extension werkt vergelijkbaar met de kabelvariatie, maar dan met één of twee dumbbells achter je hoofd. Handig als de kabel bezet is. Je kunt makkelijk per arm werken bij kleine krachtverschillen, met een dumbbell in elke hand. Houd je bovenarmen zo stil mogelijk. Doe 3 sets van 8–12 herhalingen met redelijk licht gewicht. Volledige strekking bovenin. Deze tricep extensions zijn prima als aanvullende andere oefeningen na je compound werk.
Dips (toestel of tussen twee banken)
Dips zijn een oefening waarbij je je eigen lichaamsgewicht gebruikt aan dipsteunen of tussen twee banken. Tricep dips kunnen met een stoel of bank worden gedaan als je thuis traint. Met een recht bovenlichaam houdt de triceps de meeste spanning; lichte vooroverbuiging verplaatst werk naar je borst. Dips zijn zwaar voor je schouders. Begin op een dipmachine of met je voeten op de grond. Doe 2–4 sets tot nabij falen. Voeg een schijf toe als bodyweight te licht wordt.

Onderarmen en grip
Je onderarmen en gripkracht bepalen of je zware armoefeningen zoals barbell curl en close grip bench press goed kunt uitvoeren. Veel lifters trainen hun armen maar vergeten hun grip, waardoor de stang eerder loslaat dan de biceps of triceps op zijn.
Je hebt geen lange aparte onderarmtraining nodig. Twee gerichte oefeningen per week is genoeg. Gebruik straps alleen bij heel zware sets; je eigen gripkracht verdient eerst aandacht.
Wrist curls met halter of barbell
Wrist curls richten zich op de buigers in je onderarmen. Zittend, onderarmen op je bovenbenen of een bank, laat je het gewicht zakken en buig je je polsen omhoog. Lichte gewichten en 15–20 herhalingen zijn gebruikelijk om je polsen niet te overbelasten. Doe 2–3 sets aan het eind van je training.
Farmer’s walk met dumbbells of kettlebells
Bij de farmer’s walk loop je met zware gewichten in elke hand over een rechte baan. Grip, schouders en core werken allemaal mee. Gebruik afstanden van 10–30 meter of tijden van 20–40 seconden per set. Doe 3–4 korte rondes aan het einde van je training met voldoende rust. Sterke schouders en gestrekte armen, met je rug recht en schouders laag, lichaam houdt een stabiele lijn.
Een armschema opbouwen
Plan je armtraining binnen je totale split. Op een push/pull/legs-schema train je triceps op pushdag (na borst en schouders) en biceps op pulldag (na rug). Op een boven/ondersplit kun je armen aan het eind van je bovenlichaamdag hangen. Je kunt ook een losse armdag inplannen.
Train je armen twee tot drie keer per week. Eén keer zwaarder met lage herhalingen (6–8), één keer lichter met hogere herhalingen (12–15). Herhalingen per oefening zijn meestal 3 sets van 8 tot 15, afhankelijk van het doel. Hou per training 3–5 sets voor biceps en 3–5 sets voor triceps aan, plus 2–3 sets onderarmen per week extra. Eet voldoende eiwitten om spieropbouw te ondersteunen.
Voorbeeld losse armdag (gevorderd):
Volgorde | Oefening | Sets × herhalingen |
|---|---|---|
1 | Close grip bench press | 4 × 6–8 |
2 | Barbell curl | 4 × 6–8 |
3 | Skull crushers | 3 × 10–12 |
4 | Incline bicep curl | 3 × 10–12 |
5 | Tricep pushdown | 3 × 12–15 |
6 | Hammer curls | 3 × 10–12 |
7 | Wrist curls | 2 × 15–20 |
Voor beginners: start met vijf oefeningen en basisvarianten. Regelmaat is belangrijker dan complexe trainingsprogramma’s voor beginners. Consistentie vereist dat je wekenlang hetzelfde schema volgt voordat je variatie toevoegt. Spieren groeien tijdens herstelperiodes, niet tijdens training. Rust dagen zijn belangrijk voor herstel tussen armtraining.
Veelgemaakte fouten bij armtraining
Te veel biceps, te weinig triceps. De triceps zijn groter. Geef ze minstens evenveel sets, met werk als bicep curl cable maar ook tegengesteld werk voor de achterkant. Strakkere armen krijg je pas als de achterkant meegroeit. Kipfilet armen – dunne armen met weinig definitie – komen vaak door eenzijdige focus op curls.
Te zwaar, te veel swing. Bij deze bewegingen zie je het constant: bovenlichaam dat meewiegt, schouders die optrekken. Dat verplaatst het werk weg van je biceps, ook bij een variant als overhead tricep extension cable waar swing net zo snel binnensluipt. Laat je ego thuis, kies gewicht dat je met licht gebogen knieën en stilstaand bovenlichaam kunt curlen.
Halve herhalingen. Bij tricep pushdown en skull crushers stoppen veel mensen halverwege, en bij de single arm tricep extension valt dat door de eenzijdige belasting nog sneller op. Je mist dan het deel waar de spanning het grootst is. Volledige bewegingsuitslag, armen recht bovenin bij triceps.
Geen progressie. Wekenlang dezelfde gewichten en hetzelfde aantal herhalingen zonder logboek. Noteer je sets. Als je kracht toeneemt, verhoog je het gewicht met kleine stappen.
Te weinig rust. Herstel is een essentieel onderdeel van spiergroei en krachttoename. Twee armtrainingen per week met minstens 48 uur ertussen. Zeurende ellebogen zijn een teken dat je te veel doet, niet te weinig.
Geen warming-up. Begin met 1–2 lichte sets per oefening. Je ellebogen en polsen hebben dat nodig, zeker bij zware gewichten.



