Naar de inhoud
Onafhankelijk nieuws over gezondheid, voeding en gezond wonen
Trainingsleer

Trainingsvolume: aantal sets per spiergroep per week

Onder trainingsvolume verstaan we het aantal werksets per spiergroep per week. Dat is de bruikbare definitie. Sets maal herhalingen maal gewicht is theoretisch juist, maar niemand rekent daar in de praktijk mee. Wil je…

Persoon voert gecontroleerde halterliftoefening uit in een sportschoolomgeving met natuurlijk licht.Beeld: redactie Supp Spot
Delen
f in

Onder trainingsvolume verstaan we het aantal werksets per spiergroep per week. Dat is de bruikbare definitie. Sets maal herhalingen maal gewicht is theoretisch juist, maar niemand rekent daar in de praktijk mee. Wil je weten hoeveel volume bij jouw doel past, dan is alles over krachttraining een goed startpunt om je programma op te bouwen. Voor spiergroei geldt een richtgetal van tien tot twintig sets per spiergroep per week. Meer is niet altijd beter. Boven dat bereik kost extra volume meer herstel dan het aan groei oplevert.

Welke spiergroepen tel je bij trainingsvolume

Verdeel je lichaam in hoofdspiergroepen: borst, rug, schouders, benen en armen. Dat zijn de groepen waarvoor je het trainingsvolume apart bijhoudt.

Persoon in sportkleding staat rechtop in een trainingsruimte met aandacht voor correcte lichaamshouding.

Grote spiergroepen splits je verder op. Benen bestaan uit quads, hamstrings en billen. Schouders hebben een voorkant, zijkant en achterkant. De achterkant schouders blijft bij veel trainenden achter, omdat drukoefeningen vooral de voorkant raken en trekoefeningen de rug.

Kleine spiergroepen zoals kuiten, onderarmen en buikspieren tel je apart als je gericht voor hypertrofie traint. Je biceps en triceps zijn ook aparte spiergroepen, al krijgen ze veel werk via compound oefeningen.

Iedere oefening raakt verschillende spiergroepen tegelijk. Bench press traint borst, triceps en de voorkant van je schouders. Een barbell row raakt je rug, biceps en de erector spinae. Squats belasten quads, billen, hamstrings en je core. Weet per oefening welke spiergroepen direct en indirect meewerken. Dat voorkomt dat je één spiergroep vergeet of juist overbelast.

Zo tel je je trainingsvolume per spiergroep

Alleen werksets tellen mee. Geen warming-up sets, geen lichte stijlsets. Een werkset is elke set die je uitvoert tot ongeveer één tot drie herhalingen voor spierfalen, met voldoende belasting en voldoende mechanische spanning om spiergroei te stimuleren. De manier waarop je trainingsvolume telt: tel effectieve werksets per spiergroep per week.

Persoon voert zware krachttraining uit met halter, gefotografeerd vanaf de zijkant in een heldere trainingsruimte.

Compound oefeningen tel je voor meerdere spiergroepen. Een set squats telt volledig voor je quads en voor ongeveer de helft voor je bilspieren. Een set bench press telt voor borst en gedeeltelijk voor triceps. Zo voorkom je gekke breuken in je berekening: tel de hoofdspiergroep volledig en de ondersteunende spiergroep op de helft.

Hier een rekenvoorbeeld. Je traint twee keer per week bench press met vier werksets en één keer incline bench press met drie werksets. Je totale trainingsvolume voor borst is dan 4 + 4 + 3 = 11 sets. Voor triceps tel je die elf sets op de helft (circa zes sets) en tel je je directe tricepsoefeningen erbij op.

Bij benen werkt het net zo. Twee keer squats met vier werksets geeft acht sets voor quads. Voeg daar drie sets leg press aan toe en je zit op elf sets quads per week. Je hamstrings krijgen via squats minder directe spanning, dus die vul je aan met Romanian deadlifts of leg curls.

Veelgemaakte fouten bij trainingsvolume

De eerste fout is warming-up sets meetellen bij het trainingsvolume. Warming-up sets leveren geen prikkel voor spiergroei op. Ze zijn niet zwaar genoeg om metabole stress of spierschade te veroorzaken. Tel ze niet mee.

Persoon in de sportschool voert lichte oefeningen uit met halters als voorbereiding op de training.

De tweede fout is denken dat meer volume altijd beter werkt. Onderzoek laat een positieve relatie zien tussen meer wekelijkse sets en spiergroei, maar alleen tot een bepaald punt. Een oudere meta-analyse vond dat hogere aantallen wekelijkse sets leiden tot meer hypertrofie, maar boven de twintig sets per spiergroep per week levert extra volume zelden meer op. Een trainingsvolume van 40+ setjes per week kan leiden tot overbelasting. Tot op zekere hoogte geldt: meer volume = meer effect. Daarna niet meer.

De derde fout is al het trainingsvolume in één training proppen. Twintig sets borst op maandag leidt tot uitputting, slechte techniek en een langere herstelperiode. Verdeel je trainingsvolume over twee tot drie trainingen per spiergroep.

De vierde fout is kleine spiergroepen evenveel trainingsvolume geven als grote. Je biceps heeft minder directe sets nodig dan je rug. Biceps curls zijn belangrijk als je armen wilt laten groeien, maar zes tot twaalf directe sets per week is voor de meeste trainenden genoeg. Je biceps krijgt daarnaast al indirect volume via trekoefeningen.

Effectief volume per spiergroep per week

Het effectief trainingsvolume verschilt per spiergroep en per individu. Er bestaat geen magisch getal voor het optimale trainingsvolume. Toch geven onderzoeksresultaten duidelijke kaders. Het minimaal effectief volume is nodig voor vooruitgang. Het maximaal adaptief vermogen ligt tussen dat minimum en het maximaal herstelbaar volume.

Spiergroep

Onderhoud (sets/week)

Minimaal voor groei (sets/week)

Bovengrens nuttig (sets/week)

Benen (quads, hamstrings, billen)

6–8

10–15

18–20

Rug

6–8

10–14

18–20

Borst

6–8

10–14

18–20

Schouders

4–6

8–12

15–18

Biceps

4–6

8–12

15–18

Triceps

4–6

8–12

15–18

Kuiten, onderarmen

4–6

6–10

12–15

Het onderhoudsvolume is 10-14 setjes per spiergroep voor behoud van spiermassa. Minimaal effectief volume is het aantal sets dat je nodig hebt om een bepaalde spiergroep te laten groeien. Een trainingsvolume van 12-20 setjes per spiergroep is gemiddeld voor gevorderde sporters. Meer volume geeft een sterkere prikkel voor spiergroei en kracht, maar alleen zolang je kunt herstellen.

Grote spiergroepen (benen, rug, borst) presteren vaak beter met een groter trainingsvolume: vijftien tot twintig sets per week. Kleine spiergroepen zoals biceps en triceps hebben genoeg aan tien tot vijftien sets. Je trainingsniveau speelt een belangrijke rol: hoe langer je traint, hoe meer trainingsvolume je lichaam aankan.

Trainingsvolume voor beginnende sporters

Beginnende sporters hebben minder trainingsvolume nodig dan gevorderden voor hetzelfde resultaat. Zes tot tien werksets per spiergroep per week is voor beginners genoeg om te groeien en sterker te worden. De reden: ongetrainde spieren reageren sterk op nieuwe prikkels. Zelfs relatief zware gewichten met lager volume geven al voldoende stimulatie.

Beginners trainen minder vaak per week dan gevorderden. Start met twee trainingen per spiergroep per week en een laag totaal trainingsvolume. Focus op techniek en bewegingskwaliteit bij iedere oefening die je uitvoert. Hoge intensiteit en veel volume komen later.

Bouw langzaam op. Een concreet schema voor de eerste zes maanden:

  • Maand 1–2: zes sets borst, zes sets rug, acht sets benen per week. Twee trainingen per week. Leer de basisoefeningen goed uitvoeren.

  • Maand 3–4: acht sets borst, acht sets rug, tien sets benen. Voeg één tot twee sets toe aan spiergroepen die goed herstellen.

  • Maand 5–6: tien sets borst, tien sets rug, twaalf sets benen. Verhoog het trainingsvolume door de frequentie naar drie keer per week te brengen als je schema dat toelaat.

Spiergroei vereist progressieve overload met verhoogd volume. Maar die progressie hoeft niet snel. Voeg elke maand één tot twee sets toe per grote spiergroep. Wekelijks trainingsvolume kan op die manier leiden tot progressieve overload zonder dat herstel in gevaar komt. Wil je weten hoe je progressive overload aanpakt, begin dan bij het verhogen van gewicht of herhalingen voordat je sets toevoegt.

De juiste balans tussen trainingsvolume en herstel

Volume en herstel moeten in balans zijn. Training veroorzaakt spierschade en metabole stress. Herstel zorgt voor aanpassing: je spieren herstellen en worden sterker. Je optimale volume is het volume waarbij je maximaal kunt herstellen en sterker wordt. Je optimale volume hangt af van je herstelvermogen.

Signalen dat je goed herstelt: je kracht stijgt week na week, je voelt je fit voor je volgende training, je slaapt goed, je hebt weinig spierpijn. Het lichaam past zich aan zolang je het de tijd geeft om te herstellen.

Signalen dat je herstel tekortschiet: je kracht zakt, je gewrichten zeuren, je motivatie daalt, je slaapt slechter. Herstel is een van de belangrijke trainingsvariabelen die je actief moet sturen. Te veel training zonder herstel leidt tot overbelasting.

Concrete tips om je spieren te laten herstellen:

  • Slaap: zeven tot negen uur per nacht. Slaaptekort remt spiergroei direct.

  • Voeding: 1,6 tot 2,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Voldoende calorieën om je trainingsvolume te ondersteunen.

  • Stress: hoge stress buiten de sportschool vermindert je herstelvermogen. Pas je volume aan op drukke periodes.

  • Rust tussen sets: twee tot drie minuten bij zware compound oefeningen, zestig tot negentig seconden bij isolatieoefeningen. Lees meer over rust tussen sets om je training beter in te richten.

Trainingsvolume per training verdelen

Houd het volume per training tussen zes en twaalf werksets per spiergroep. Meer dan vijftien sets in één sessie voor dezelfde spiergroep verlaagt de kwaliteit van je latere sets. Je trainingsintensiteit daalt, je techniek verslechtert, en je haalt minder uit elke set.

Verdeel je wekelijkse volume over twee tot drie trainingen per spiergroep. Een trainingsfrequentie van twee keer per week per spiergroep is voor de meeste trainenden voldoende. Een optimale frequentie is belangrijk voor spiergroei en herstel. Gevorderde sporters hebben soms een hogere trainingsfrequentie nodig, tot drie keer per week per spiergroep.

Concrete verdelingen:

  • Full-body (drie keer per week): vier sets borst, vier sets rug, vier sets benen per training. Totaal: twaalf sets per spiergroep per week.

  • Upper-lower (vier keer per week): zes sets borst en zes sets rug op bovenlicaamdagen. Acht sets benen op onderlicaamdagen. Gebruik verschillende oefeningen per dag om de totale hoeveelheid werk te verdelen.

  • Push-pull-legs (zes keer per week): vijf tot zes sets per spiergroep per training. Je traint elke spiergroep twee keer. Als je oefeningen voor je benen wilt variëren, wissel dan quad-gerichte en hamstring-gerichte oefeningen af.

De verdeling hangt af van hoeveel herhalingen je per set doet, hoe zwaar je traint en hoeveel tijd je hebt. Bij hoge intensiteit met zware gewichten heb je meer rust nodig. Bij lichtere isolatieoefeningen kun je meer sets per training doen.

Te hoog trainingsvolume herkennen en aanpakken

Het trainingsvolume is een belangrijke parameter voor spiergroei en conditieopbouw. Maar te veel volume leidt tot overbelasting en kost te veel hersteltijd. Als je te veel volume toevoegt, kan dit leiden tot overtraining. Herken de signalen vroeg.

Tekenen dat je trainingsvolume te hoog is:

  • Je maximale kracht daalt over twee of meer weken.

  • Je gewrichten beginnen te zeuren zonder duidelijke blessure.

  • Je slaapt slechter dan normaal.

  • Je motivatie om te trainen daalt.

  • Je presteert slechter bij oefeningen die normaal goed gaan.

  • Je hebt chronische spierpijn die niet weggaat met rust.

Hoger volume leidt alleen tot betere resultaten als je er ook van kunt herstellen. Zodra je deze signalen herkent, volg dit stappenplan:

  1. Week 1–2: verlaag je trainingsvolume met twintig procent. Een deload verlaagt de trainingsbelasting met 20%. Een deload duurt meestal 1-4 weken. Deloading voorkomt accumulatie van vermoeidheid. Train met dezelfde oefeningen, maar minder sets.

  2. Herstel verbeteren: slaap langer, eet meer eiwit, verminder stress. Lees hoe je supercompensatie aanpakt om je herstelcyclus beter te begrijpen.

  3. Week 3 en verder: bouw je volume langzaam weer op. Voeg elke week één tot twee sets toe per grote spiergroep. Stop met verhogen zodra je progressie stagneert.

Het gaat om het optimaal resultaat voor jouw situatie. De factoren die meespelen zijn je trainingsniveau, leeftijd, slaapkwaliteit, voedingsstatus en stress. Bij duursporten wordt volume uitgedrukt in tijd of afstand, maar bij krachttraining draait het om werksets. In krachttraining wordt het trainingsvolume berekend met de formule: Volume=Sets×Reps×Gewicht. In de praktijk is het tellen van werksets per spiergroep per week de methode die je het meest helpt bij het sturen van je training.

Begin vandaag met tien werksets per grote spiergroep. Tel alleen sets die zwaar genoeg zijn. Bouw elke maand op en luister naar je lichaam. Wil je de basis nog eens doorlopen, lees dan alles over krachttraining.

Over de auteur

Quincy lemmers

Alle artikelen van Quincy lemmers →

Blijf op de hoogte

Twee keer per week het belangrijkste nieuws over gezondheid en wonen.