Naar de inhoud
Onafhankelijk nieuws over gezondheid, voeding en gezond wonen
Mobiliteits

Mobiliteitsoefeningen: welke oefening je wanneer gebruikt

Belangrijkste puntenMobiliteitsoefeningen verbeteren je squat, deadlift, bench press en overhead press direct door je gewrichten in de juiste hoeken te laten bewegen.Lang stilhouden in een stretch vóór zware sets kost je kracht. Dynamische mobiliteit…

Persoon voert mobiliteitsoefening uit in fitnessstudio, met nadruk op gewrichtsmobiliteit voor krachttraining.Beeld: redactie Supp Spot
Delen
f in

Belangrijkste punten

  • Mobiliteitsoefeningen verbeteren je squat, deadlift, bench press en overhead press direct door je gewrichten in de juiste hoeken te laten bewegen.

  • Lang stilhouden in een stretch vóór zware sets kost je kracht. Dynamische mobiliteit in je warming up zet je juist klaar.
  • Heup mobiliteit en enkels bepalen hoe diep je zakt. Bovenrug en schouders bepalen of je veilig boven je hoofd komt.

  • 5 tot 10 minuten gerichte mobility training per training is genoeg om in 4 tot 6 weken verschil te merken.

  • Een goede mobiliteit vermindert het risico op blessures en maakt je sterker in de hoeken die ertoe doen.

Mobiliteit betekent dat je een beweging onder belasting kunt uitvoeren met controle. Het is de actieve controle en kracht van gewrichten, niet alleen hoe ver iets buigt. Mobiliteit omvat kracht, stabiliteit en flexibiliteit in één. Flexibiliteit is de passieve rekbaarheid van spieren: hoe ver je kunt buigen zonder dat je die positie actief vasthoudt. Alleen lang stilhangen in een stretch vergroot niet de mobiliteit die je nodig hebt onder een stang.

Voor een diepe squat heb je mobiliteit nodig in heupen en enkels. Voor een overhead press heb je mobiliteit nodig in bovenrug en schouders. Dat zijn verschillende delen van je lichaam met verschillende beperkingen. Mobility training verbetert de bewegingsvrijheid van gewrichten, maar alleen als je traint op de hoeken die je in je oefeningen ook daadwerkelijk gebruikt. Bij Suppspot draait alles om krachttraining. Mobiliteit is hier geen los doel, maar een middel om je techniek en prestaties te verbeteren.

Een persoon in diepe squatpositie met gewichtsstang op de rug in een sportschool, gezien van opzij.

Mobiliteit versus flexibiliteit

Twee termen die vaak door elkaar gaan, maar in de sportschool heel anders werken:

Persoon voert een dynamische stretchoefening uit in een sportschool, waarbij bewegingsbereik en controle centraal staan.
  • Mobiliteit is actieve bewegingsvrijheid met controle. Je brengt je schouder boven je hoofd zonder dat je rug hol trekt. Je zakt diep in een squat terwijl je knieën op hun plek blijven. Gecontroleerde bewegingen onder spanning, in een hoek die je ook bij je lifts gebruikt.
  • Flexibiliteit is passief en betreft hoe ver je kunt buigen. Denk aan een band om je voet terwijl je op je rug ligt en je hamstrings laat uitrekken. Geen actieve spanning, geen belasting.
  • Voor een zware front squat heb je mobiliteit nodig in heupen, enkels en bovenrug. Niet alleen “soepele” hamstrings. Zonder bovenrugextensie valt je borst naar voren en overstrekt je rug.
  • Elke stretch van 30 tot 60 seconden vóór je training vermindert tijdelijk je spierkracht. Bewaar dat voor de cooling down.
  • Dynamische mobiliteitsoefeningen in de warming up verhogen spierspanning en bloedstroom naar de spieren rondom het gewricht. Actieve mobiliteitsoefeningen doen meer voor blessurepreventie dan statisch rekken.

  • Mobiliteitstraining versterkt vaak ook de omliggende spieren. Die versterking geeft je stabiliteit wanneer je werkt met zware gewichten.

Heupen en enkels: dieper zakken bij je squat

Beperkte mobiliteit in je heupen en stijve enkels beperken je squatdiepte. Je knieën zakken naar binnen, je hakken komen van de grond, of je rug rondt af. Met gerichte mobiliteit kun je die beperking aanpakken. Regelmatige mobiliteitsoefeningen vergroten het bewegingsbereik dat je nodig hebt voor back squat, front squat, goblet squat en lungevarianten. Beweging door de volledige bewegingsuitslag is daarbij het doel.

  • Lage squat sit: zak zo diep mogelijk in een squat. Hiel-elevatie mag als je enkels nog te stijf zijn. Wiebel rustig heen en weer. Losmaken van enkels en heupen. 30 tot 60 seconden, 2 sets. Gebruik dit als opener op squatdag.

  • Cossack squat: brede stance, je beweegt zijdelings. Het ene been buigt terwijl het andere gestrekt is. Opent adductoren en enkels. 6 tot 8 herhalingen per kant, dynamisch. Goed vóór back squat en goblet squat.

  • 90/90 positie: zit met je voorste heup in 90° externe rotatie, achterste been in 90° interne rotatie. Wissel van kant. De 90/90 stretch verbetert heupmobiliteit en interne en externe rotatie. Relevant voor front squat en overhead squat. 8 herhalingen per kant.

  • Active Pigeon: actieve variant van de pigeon stretch. Heupexterne rotatie en glutemobiliteit. Nuttig voor deadlift en diepe squatvormen. 6 tot 8 herhalingen per kant.

  • Enkelrock: sta met één voet naar voren. Duw je knie over je teen terwijl je hiel op de grond blijft. Verbetert dorsiflexie onder belasting. 10 tot 12 herhalingen per kant. Gebruik dit direct vóór je squats.

  • World’s greatest stretch: combineert heupflexor, hamstrings, thoracale rotatie en core in één beweging. De world’s greatest stretch combineert verschillende delen van je lichaam in één drill. 5 tot 8 herhalingen per kant. Zet deze aan het eind van je mobiliteitsblok voor squats en lunges.

Bovenrug en schouders: boven je hoofd komen

Veel lifters krijgen hun armen niet recht boven hun hoofd zonder de rug hol te trekken. De beperking zit meestal in de bovenrug, het schouderblad of het schoudergewricht. Dat maakt overhead press, push press en jerk zwaarder dan nodig. Bench press en pull-ups profiteren ook van betere controle van de schouderbladen.

  • Cat-cow: beweeg je bovenrug in flexie en extensie terwijl je op handen en knieën zit. De cat-cow oefening maakt de wervelkolom soepeler. 8 tot 12 herhalingen. Gebruik dit als opener voor overhead bewegingspatronen.

  • Scapular push ups: armen gestrekt. Alleen je schouderbladen bewegen: naar elkaar toe en uit elkaar. Scapular push ups helpen bij schoudermobiliteit en activeren serratus anterior en lagere trapezius. 10 tot 15 herhalingen. Verbetert de stabiliteit van je schouderblad bij bench press en overhead press.

  • Wall slides: sta met je rug tegen de muur. Glijd met je armen omhoog langs de muur. Bevordert schouderflexie en scapulaire rotatie. 10 herhalingen.

  • Thoracale rotaties op handen en knieën: vanuit viervoetershouding draai je je bovenrug met één arm omhoog. Houd je heupen stil. Vergroot de rotatiecapaciteit van je bovenrug. 8 herhalingen per kant.

  • Bird-dog: vanuit viervoetershouding strek je het tegenovergestelde been en arm. De bird-dog oefening verbetert stabiliteit en coördinatie en versterkt de spieren rondom je wervelkolom. 8 tot 10 herhalingen per kant.

Goede bovenrugmobiliteit maakt de staande overhead press veiliger. Je hoeft minder te compenseren met je rug. Dat geeft je een betere houding onder de stang en meer bewegingsruimte boven je hoofd.

Persoon voert overhead press uit met barbell in sportschool, armen gestrekt boven hoofd, gecontroleerde krachttraining voor s

Wanneer je wat doet: voor, tussen of na je training

  • Warming up: 5 tot 10 minuten dynamische mobiliteit. Kies 2 tot 3 oefeningen die passen bij de training van die dag. Squatdag: enkelrock, lage squat sit, world’s greatest stretch. Overhead-dag: cat-cow, scapular push ups, wall slides. 10 tot 15 minuten mobiliteitsoefeningen verbeteren je warming-up en de bewegingskwaliteit van je eerste sets.

  • Tussen sets: lichte, mobiliserende bewegingen in je rust. Zachte thoracale rotaties bij overhead press. Enkelrock bij zware squats. Houd het kort en rustig. Dit vermindert stijfheid zonder je te vermoeien.

  • Cooling down: langere, rustigere stretches van 20 tot 30 seconden per kant. Lage intensiteit. Dit soort rustig uitrekken past hier, omdat je krachtprestatie na training niet meer wordt beïnvloed.
  • Frequentie: 3 tot 5 keer per week, 5 tot 15 minuten rond je krachttraining. 10 tot 15 minuten mobiliteitsoefeningen per training zijn voldoende om in 4 tot 6 weken vooruitgang te zien. Langere sessies van 30 tot 40 minuten hebben alleen zin als ze aansluiten op je squat-, deadlift- of pressdoelen.

Veelgemaakte fouten bij mobiliteitswerk

Veel lifters doen “iets aan mobiliteit” zonder dat hun squat of overhead press verbetert. Dit gaat mis:

  • Lang stilhouden in een stretch vóór de training, zoals een worlds greatest stretch, en verwachten dat je daarna sterker bent. Dat verlaagt tijdelijk je vermogen om kracht te leveren.
  • Generieke routines volgen die je op social media ziet maar geen link hebben met jouw oefeningen, zoals een cat cow doen terwijl je eigenlijk je heupen moet openen voor een squat. Mobiliteitsoefeningen verbeteren je lifts alleen als ze gericht zijn op specifieke gewrichten die je bij die lift gebruikt.
  • Te snel en slordig bewegen. Oefeningen moeten langzaam en gecontroleerd worden uitgevoerd. Zonder controle over het gewricht verander je mobiliteitswerk in zinloze zwaaibewegingen.

  • Compensaties niet herkennen: je rug beweegt in plaats van je heup. Je nek draait in plaats van je bovenrug. Voel per oefening of het juiste gewricht beweegt.
  • Pijn wegdrukken. Mobiliteitsoefeningen helpen blessures te voorkomen en helpen blessures op lange termijn te voorkomen, maar ze zijn geen behandeling. Bij scherpe, uitstralende pijn of aanhoudende klachten zoek je begeleiding van een fysiotherapeut.

Goede mobiliteit voorkomt blessures bij sporters van alle niveaus. Maar dat werkt alleen als je de oefeningen op de juiste manier doet, gericht op de beweging die je in de sportschool nodig hebt.

Over de auteur

Quincy lemmers

Alle artikelen van Quincy lemmers →

Blijf op de hoogte

Twee keer per week het belangrijkste nieuws over gezondheid en wonen.